De sokkenstopperij
- Aug 5, 2015
- 2 min read
Een huisje dacht ik, piepklein, waar kan groeien wat wil groeien, waar ik aan de steiger kan
drijven en dobberen, kan stil zijn, kan zwoegen, kan dansen om wat zomaar aan komt
waaien in mijn hoofd. Een plekje waar ik meer kan zijn en soms ook minder. waar ik het
meertouw kan uitgooien of kan vastknopen, de sluizen open zetten of dicht laten.
Gewoon, een plekje. Een huisje met een dakje erop. Ramen met gordijntjes voor, meestal
open, dicht als ik er zin in heb. Een matje voor de deur om de kruimels van gisteren van mijn
voeten te vegen of om over te stormen als mijn muze haast heeft en wil vertellen wat ze
voor me meebracht.
Een peloeze naast het deurtje, omdat peloeze zo’n mooi woord is.
Het is van hier en toch ook van daar, erg afgebakend en toch ook diep. Minder kavels dan het gazon. Het gras dat laat ik groeien en knip ik als ik er zin in heb, dauwdruppels op de natte sprietjes brengen frisse tenen en weerspiegelen wat de wolken schrijven in de lucht. Een naam voor mijn huisje, dat wou ik graag, een echte naam, zo eentje om net onder de dakgoot te hangen op een zelf getimmerd bordje of met een knijper aan een draadje als de
was die uitwaait.
“De Sokkenstopperij” - mijn kleine theaterhuisje waar ik de laatjes vul met sprokkels en onder de mat veeg wat niet van tel is, waar ik altijd onderweg kan zijn in iets dat groeit.
Waar ik de draad weet liggen, waar het oog van de naald altijd groot genoeg is om er door te gaan.
Mijn plekje waar ik sokken stop, zomaar zonder meer, midden in een zee aan tijd. Omdat ik sokken stoppend dichter bij mezelf kom, in tijd, in rust en ademkracht.
“De Sokkenstopperij “
Open als er sokken zijn, gesloten als ik onderweg ben naar nieuw gekleurde draadjes.
Mariet

Comments